Voorlopige begroting voor een project bij een IT-dienstverlener of adviesbureau: onderdelen, methode, voorbeelden en margebeheer
Bijgewerkt op 13 mei 2026
In het kort: Bij een IT-dienstverlener of adviesbureau wordt de verwachte winstmarge van een klantproject al in een vroeg stadium vastgelegd in de begroting. Dit artikel bespreekt de acht onderdelen daarvan, de zevenstappenmethode om de begroting op te stellen, de zes valkuilen die bij dienstverlenende bedrijven moeten worden vermeden, en het mechanisme waarmee de begroting wordt omgezet in een realtime verwachte winstmarge.
Bij een IT-dienstverlener of adviesbureau geldt de begroting van een project voor de 6 tot 18 maanden na de offerte. Hierin wordt vastgelegd wat het project kost, wat het opbrengt en welke marge het bedrijf bij de afsluiting kan behalen. Drie posten in de winst-en-verliesrekening zijn afhankelijk van de kwaliteit van dit budget: de gerealiseerde omzet, de brutomarge per praktijkgebied en de bezettingsgraad van de consultants.
In de praktijk is de oorzaak van een slinkende projectmarge bijna nooit te wijten aan onvoorziene omstandigheden. Het gaat om een begroting die is gebaseerd op aannames die al bij de offerte niet zijn gecontroleerd: te laag ingeschatte kosten voor onderaannemers, een verkeerd berekende gemiddelde dagtarief, een niet-gecontroleerde verhouding tussen forfaitaire en urenprijzen, of het ontbreken van een onvoorziene-kostenpost.
Dit artikel geeft een overzicht van de onderdelen van een voorlopige projectbegroting bij een dienstverlenend bedrijf (vast bedrag, op kostprijsbasis, gemengd), een zevenstappenplan om deze vóór de kick-off op te stellen, de meest voorkomende valkuilen bij IT-dienstverleners en adviesbureaus, en de werkwijze om over te schakelen van een voorlopige begroting naar realtime monitoring van de verwachte marge.
Wat is een begroting voor een project?
De begroting voor het project is het belangrijkste instrument voor financieel beheer bij een opdracht binnen een dienstverlenend bedrijf. Voordat we ingaan op de onderdelen ervan, moeten eerst de operationele definitie ervan, het onderscheid met andere begrotingen van het bedrijf en het verschil met de offerte aan de klant worden verduidelijkt.
Definitie en verschil tussen begroting, begrotingsraming en werkelijke begroting
Het begrotingsvoorstel van een project isde raming, die vóór de kick-off wordt opgesteld, van alle kosten en de omzet die het project tijdens zijn looptijd zal genereren. Hierin worden zowel de directe kosten (mandagen van de medewerkers, uitbesteding, onkosten) als de indirecte kosten (apparatuur, licenties, doorberekende overheadkosten) meegenomen. Het resultaat is een streefmarge die het bedrijf zich verplicht na te leven.
Er zijn drie begrippen die vaak door elkaar worden gehaald:
- Budget. Cijfermatige doelstelling voor een bepaalde periode (maand, kwartaal, boekjaar). Het budget wordt op bedrijfs- of praktijkniveau vastgesteld, niet op projectniveau.
- Voorlopig budget. Raming die vóór de uitvoering wordt opgesteld. Bij een project wordt dit één keer vastgesteld vóór de kick-off en dient het gedurende de gehele looptijd van het project als referentie.
- Werkelijk budget. Een overzicht van wat er daadwerkelijk is uitgegeven en gefactureerd. Dit wordt aan het einde van elke periode berekend en vergeleken met het begrote budget om de afwijking te meten.
De eindmarge combineert beide: deze vergelijkt het oorspronkelijke begrotingsbedrag met de tot nu toe gemaakte kosten plus de kosten van het nog uit te voeren werk.
De 3 soorten projectbudgetten
Bij een project binnen een dienstverlenend bedrijf bestaan er drie soorten begrotingen naast elkaar, die elk voor verschillende afwegingen worden gebruikt.
- Voorlopige begroting. De raming die vóór de kick-off wordt opgesteld en waarin de beoogde marge wordt vastgelegd. Deze wordt zelden herzien. Ze wordt gebruikt bij de ondertekening door de klant en bij onderhandelingen over aanvullende overeenkomsten.
- Vastgelegd budget. Het deel van het begrotingsbudget dat contractueel is vastgelegd: ondertekende bestellingen bij onderaannemers, in het projectdossier geplande mandagen, goedgekeurde productaankopen. Dit dient om de kasstroom te voorspellen en overschrijdingen van posten te voorkomen voordat deze daadwerkelijk worden besteed.
- Werkelijk begroting. De daadwerkelijk gerealiseerde kosten en omzet tot op heden. Deze wordt aan het einde van de periode berekend en vormt de basis voor de financiële rapportage van de onderneming.
Bij sommige langlopende projecten is er een vierde begroting: de afsluitende begroting, die een prognose geeft van het eindresultaat door het reeds gerealiseerde werk en het nog te verrichten werk te combineren. Dit is het doel van de afsluitende begroting.
Voorlopige begroting vs. offerte vs. bestek vs. businessplan
De begroting wordt vaak verward met drie andere documenten die toch duidelijk van elkaar verschillen.
- Offerte. Een commercieel document waarin de kosten van het project vanuit het perspectief van de klant worden weergegeven. Hierin staan de verkoopprijs, de betalingsvoorwaarden en de omvang van de levering vermeld. In de begroting worden de kosten van het project vanuit het perspectief van het dienstverlenende bedrijf weergegeven: hierin staan ook de interne kosten, de beoogde marge en de onvoorziene kosten vermeld, gegevens die niet in de offerte voor de klant zijn opgenomen.
- Bestek. Functioneel document waarin wordt beschreven wat het project moet opleveren. Het vormt de basis voor de begroting, maar is niet hetzelfde als de begroting zelf.
- Businessplan. Een financieel overzicht van een algemene bedrijfsactiviteit of een specifieke praktijk over meerdere jaren. De begroting voor het project vormt een onderdeel van het businessplan, maar is geen samenvatting ervan.
Een project dat voor 100.000 euro aan de klant is verkocht, kan een begroting hebben met 70.000 euro aan interne kosten, 18.000 euro aan beoogde marge en 12.000 euro aan onvoorziene kosten. Deze drie bedragen komen niet voor in de offerte.
Waarom zou je als IT-dienstverlener of adviesbureau een begroting opstellen?
Zonder begroting werkt een dienstverlenend bedrijf van maand tot maand. Met een begroting die per project is gestructureerd, beschikt het over een doelstelling voor de consolideerbare marge per praktijk, per belangrijke klant en per boekjaar. Dit verschil verandert de aard van de commerciële sturing en de kasstroombeheer: beslissingen over de toewijzing van middelen worden genomen op basis van cijfers, niet op basis van indrukken.
Zes doelstellingen vormen de basis voor een begroting voor een dienstverlenend bedrijf
- Middelen toewijzen. De mandagen verdelen over interne medewerkers en onderaannemers, in overeenstemming met het algemene werkplan.
- Het rendement op de investering berekenen. De streefmarge berekenen en deze afzetten tegen de brutomarge-doelstellingen per praktijk. Een project met een lage marge kan worden geaccepteerd als het strategisch van belang is, maar dit is dan een weloverwogen beslissing.
- Tijdens de uitvoering controleren en sturen. Het budget vormt de routekaart voor de projectleider en dient als uitgangspunt voor de wekelijkse projectvergaderingen.
- De betrokken partijen verantwoordelijk maken. Het budget legt de doelstellingen vast voor elke medewerker met betrekking tot zijn of haar taken en maakt duidelijk waar een overschrijding vandaan komt.
- De beslissing over een aanvullende overeenkomst vergemakkelijken. Wanneer de klant een wijziging van de omvang vraagt, wordt de beslissing genomen op basis van een duidelijke kostenraming, niet op basis van een snelle schatting.
- Zorg al bij de offerte voor een veilige marge. Door de interne kosten, de onvoorziene kosten en de beoogde marge vast te leggen vóór de ondertekening, voorkomt het bedrijf dat het een project met een onbekende negatieve marge aanneemt.

Download ons sjabloon voor een begrotingsoverzicht van een project
Houd uw KPI's bij en controleer de betrouwbaarheid van uw projecten.
De specifieke kenmerken van een klantproject bij een IT-dienstverlener of adviesbureau
Er zijn vijf specifieke kenmerken die het begrotingsvoorstel voor een dienstverlenend bedrijf onderscheiden van een algemene projectbegroting.
- De belangrijkste kostenpost is het personeel. De mandagen van consultants maken vaak 70 tot 85 % van de totale kosten uit. De berekening van de gemiddelde dagtarief per functie wordt hierdoor een cruciaal gegeven, nog meer dan de materiaalkosten.
- De contractvorm kan variëren. Eenzelfde project kan worden verkocht op basis van een vast bedrag, op basis van een regieovereenkomst of in een gemengde vorm. Elke vorm heeft invloed op de manier waarop de omzet en de beoogde marge worden berekend.
- Het inschakelen van externe partijen vormt een centraal onderdeel van het project. Bij veel projecten in de IT-sector wordt een beroep gedaan op freelancers of andere dienstverleners met gespecialiseerde vaardigheden. De begroting voor externe partijen is net zo belangrijk als die voor interne medewerkers.
- De periode tussen twee opdrachten drukt op de marge. Een consultant die tussen twee projecten in niet is ingezet, blijft doorbetaald. Het geraamde projectbudget draagt bij aan de algehele personeelsplanning van de praktijk.
- De kosten zijn vaak doorberekend. Reiskosten, verblijfskosten, maaltijdkosten: afhankelijk van het contract worden deze kosten op basis van de werkelijke kosten of tegen een vast bedrag doorberekend. Dit verschil heeft invloed op de projectresultatenrekening.
Wanneer opstellen, wanneer herzien, wie stelt het op
Wanneer moet dit worden opgesteld? De begroting voor het project wordt opgesteld vóór de ondertekening van het contract, op basis van de offerte en het bestek. Bij een terugkerend project of een belangrijke klant wordt deze begroting aan het begin van elk boekjaar herzien, waarbij rekening wordt gehouden met de bekende verplichtingen.
Wanneer moet er worden bijgesteld? Er zijn drie gevallen waarin een bijstelling noodzakelijk is (zie hieronder het gedeelte over herbegroting): een wijziging in de klantomvang die via een aanvullende overeenkomst is goedgekeurd, een afwijking in de marge die niet te wijten is aan de omvang, of een intern besluit tot herinvestering. Buiten deze gevallen blijft het oorspronkelijke budget de maatstaf om de overzichtelijkheid van de opvolging te behouden.
Wie stelt dit op? Bij een dienstverleningsproject zijn er drie rollen betrokken bij het opstellen van de begroting:
- De projectleider bepaalt de omvang van het project, maakt een schatting van het aantal mandagen en stelt vast welke werkzaamheden moeten worden uitbesteed;
- De praktijk- of projectleider keurt de gemiddelde dagkosten, de beoogde marges en de profielafwegingen goed;
- De projectcontroller of de financieel directeur controleert of alles in overeenstemming is met de begrotingsaannames van het bedrijf en het verwachte werkplan.
Bij een strategisch project wordt de commerciële afdeling bij het proces betrokken om de verkoopprijs af te stemmen op de margedoelstellingen.
Wat zijn de onderdelen van een begroting voor een project?
Een voorlopige projectbegroting voor een dienstverlenend bedrijf wordt regel voor regel opgesteld. Als er een regel ontbreekt of te laag wordt ingeschat, heeft dat gevolgen voor de afwegingen bij de uitvoering van het project. De begroting van een IT-dienstverlener of adviesbureau bestaat uit acht onderdelen. De scheiding tussen interne kosten, externe kosten, onkosten en omzet zorgt voor duidelijkheid in de projectresultatenrekening.

Projectmiddelen
Interne medewerkers en hun gemiddelde dagloon per profiel
Interne medewerkers zijn de consultants, ingenieurs, projectleiders en ondersteunende medewerkers van het bedrijf die tijd aan het project besteden. Om hun kosten te berekenen, zijn twee gegevens voldoende: het aantal mandagen per functie en de gemiddelde dagprijs van elke functie.

Voorbeeld van een productieplan in Stafiz
De kostprijs per manuur is niet hetzelfde als het tarief dat aan de klant wordt gefactureerd. Het omvat het brutosalaris, bonussen, secundaire arbeidsvoorwaarden en het toegewezen aandeel van de indirecte kosten (huisvesting, gereedschap, leidinggevenden). Een bureau dat zijn kostprijs per manuur niet correct berekent, onderschat stelselmatig de kosten van zijn projecten.
Afhankelijk van het contracttype varieert de berekeningseenheid:
- Bij een project met een vaste prijs wordt de eenheid per taak berekend in dagen of halve dagen.
- Bij een project in eigen beheer is de eenheid de dag die aan de klant wordt gefactureerd (wat kan afwijken van de dag die intern is verbruikt).
- Bij een gemengd project gaan beide onderdelen hand in hand, maar worden ze in de begroting duidelijk van elkaar gescheiden.
Onderaanneming
Bij veel projecten in IT-dienstverlening of adviesbureaus wordt gebruikgemaakt van onderaannemers, hetzij om een tijdelijke behoefte aan expertise op te vangen, hetzij om een piek in de werkdruk op te vangen. In de begroting komen drie posten voor:
- De aankoopprijs bij de onderaannemer (dagprijs of vast bedrag, afhankelijk van het contract);
- De doorverkoopmarge die op onderaanneming wordt toegepast (dekt de beheerskosten en de financiële marge);
- De betalingstermijn voor de onderaannemer versus de incassotermijn van de klant (gevolgen voor de projectkasstroom).
Onderhanden werk zonder kostenraming is een van de drie belangrijkste valkuilen die bij margeschommelingen zijn vastgesteld (zie het gedeelte over valkuilen hieronder).
Producten en aankopen / licenties
Bij sommige projecten moeten producten worden aangeschaft die aan de klant ter beschikking worden gesteld: softwarelicenties, hardware en apparatuur. In het budget zijn zowel de aankoopkosten als de toegepaste winstmarge opgenomen. De tijd tussen bestelling en levering is van invloed op de projectplanning: een vertraging bij de leverancier kan de start van de taken die daarvan afhankelijk zijn, vertragen.
De apparatuur en de afschrijving daarvan
Wanneer voor een project apparatuur van het bedrijf wordt gebruikt (servers, testapparatuur, gereedschap), worden de afschrijvingskosten over de looptijd van het project in de begroting opgenomen, en niet de oorspronkelijke aanschafkosten. Wanneer apparatuur voor het project wordt gehuurd, worden de huurkosten over de gebruiksduur in de begroting opgenomen.
Doorberekenbare versus niet-doorberekenbare kosten
De kosten die bij een project binnen een dienstverlenend bedrijf worden gemaakt, kunnen in twee categorieën worden onderverdeeld:
- Door te berekenen kosten. Reiskosten, verblijfskosten, maaltijden, parkeerkosten. Afhankelijk van het contract worden deze kosten op basis van de werkelijke kosten (het exacte bedrag volgens de bonnen) of op basis van een forfaitair bedrag (een vast bedrag per dag of per opdracht) doorberekend. Ze worden in de begroting opgenomen als kosten en als omzet.
- Niet-door te berekenen kosten. Kosten die het bedrijf voor eigen rekening neemt en niet doorberekent: projectspecifieke interne hulpmiddelen, kosten voor pre-sales, kosten voor de onboarding van consultants. Deze kosten worden uitsluitend als kosten geboekt.

De termijn voor terugbetaling door de klant kan de projectkasstroom onder druk zetten: een in januari voorgeschoten bedrag dat in april wordt terugbetaald, legt gedurende drie maanden geld vast.
Omzet: vast bedrag, op basis van gewerkte uren of een combinatie daarvan
De contractuele verkoopregeling van het project heeft gevolgen voor de manier waarop de omzet wordt berekend.
- Project op basis van een vast bedrag. De totale verkoopprijs wordt bij ondertekening vastgelegd, ongeacht de werkelijk bestede tijd. De omzet van het begrotingsplan is al bij de offerte bekend. Het margerisico heeft uitsluitend betrekking op de kosten: een overschrijding van het aantal mandagen leidt niet tot extra omzet.
- Project in eigen beheer. De klant koopt mandagen tegen een factuurprijs per dag. De omzet varieert afhankelijk van de daadwerkelijk bestede tijd. In de begroting wordt een indicatief aantal dagen voor de looptijd van het contract geraamd, dat door de klant kan worden beperkt.
- Project in gemengde vorm. Een deel van het project wordt tegen een vast bedrag verkocht (een specifiek eindproduct), het andere deel op basis van werkuren (extra manuren voor aanpassingen). In de begroting worden deze twee onderdelen expliciet gescheiden, omdat ze op verschillende manieren worden beheerd.
Ook de contractvorm heeft invloed op de beoogde marge: bij een vast bedrag hangt de marge volledig af van het feit of de oorspronkelijke begroting wordt gehaald; bij een regie-opdracht hangt deze af van het gefactureerde dagtarief minus het kostprijs-dagtarief; bij een gemengde vorm komen beide benaderingen samen en moet het budget hierin onderscheid maken om een afweging mogelijk te maken.
De beoogde marge
De marge van een project is het verschil tussen de verwachte omzet en de verwachte totale kosten. Er zijn drie marges:
- Brutomarge van het project. Verwachte omzet minus verwachte directe kosten (interne mandagen gewaardeerd tegen gemiddelde dagkosten, uitbesteding, niet-doorberekenbare kosten). Dit is het operationele niveau dat door de projectleider wordt bijgehouden.
- Nettomarge van het project. Brutomarge minus toegerekende algemene kosten (management, ondersteunende functies, verkoopkosten). Dit is het cijfer dat door de praktijkdirecteur wordt bijgehouden.
- Eindmarge. Verwachte bruto- of nettomarge bij afsluiting, rekening houdend met de tot nu toe gerealiseerde resultaten en de nog te verrichten werkzaamheden. Dit is het cijfer dat de financieel directeur bij de consolidatie in de gaten houdt.
Elke praktijk stelt zijn streefmarges vast per projecttype. Een strategisch project kan worden geaccepteerd met een lage brutomarge als de commerciële basis solide is.
Onzekerheid en risicoreserves
De onvoorziene uitgavenpost is de risicoreserve die in de begroting is opgenomen om onvoorziene uitgaven op te vangen die niet aan een specifieke post kunnen worden gekoppeld. Deze post komt niet voor in de offerte aan de klant: het betreft een intern gegeven van het bedrijf.
In de dienstensector bestaan drie berekeningsmethoden naast elkaar:
- Vast percentage. Er wordt een vast percentage van de totale kosten gereserveerd (vaak tussen de 5 en 15 %, afhankelijk van het projectrisico). Deze werkwijze is eenvoudig, maar houdt geen rekening met de aard van de risico’s.
- Onvoorziene kosten per post. Elke begrotingspost heeft zijn eigen reserve: 10 % voor uitbesteding, 5 % voor interne mandagen, 20 % voor specifieke aankopen. Deze methode vereist dat de risico’s per post worden gespecificeerd.
- Risico-inschatting op basis van de geïdentificeerde risico’s. Het risico wordt berekend aan de hand van een lijst met afzonderlijk gekwantificeerde risico’s (waarschijnlijkheid × impact). Dit is de meest rigoureuze methode, die wordt aanbevolen voor projecten met een hoge mate van technische onzekerheid. Zie ook: hoe voer je een risicoanalyse uit in projectmanagement?
Een begroting waarin geen rekening wordt gehouden met onvoorziene omstandigheden, legt het risico bij de beoogde marge: dit is een van de drie belangrijkste valkuilen die bij dienstverlenende bedrijven zijn vastgesteld.
Hoe stel je in 7 stappen een begroting voor een project op?
Het opstellen van een voorlopige projectbegroting bij een IT-dienstverlener of adviesbureau verloopt in zeven stappen. Elke stap levert informatie op die nodig is voor de volgende stap: als je een stap overslaat of deze op goed geluk afhandelt, leidt dat tot een begroting die op wankele grond is gebaseerd. Dit proces vindt plaats vóór de kick-off, op basis van de offerte en het bestek.
Stap 1: de reikwijdte en taken vaststellen
De projectomvang omvat de volledige lijst van deliverables die het bedrijf zich verplicht te leveren, evenals de activiteiten die nodig zijn om dit te realiseren. Door het project op te splitsen in taken en subtaken wordt het mogelijk om een haalbare kostenraming te maken: een vage taak is niet te begroten, een duidelijk omschreven deliverable wel. De afbakening mondt uit in een werkverdelingsstructuur of een takenlijst, die als basis dient voor de volgende stappen.
Stap 2: de tijd per medewerker inschatten (3 methoden)
Elke taak krijgt een tijdsraming in mandagen, per profiel van de medewerker. In dienstverlenende bedrijven worden drie schattingstechnieken naast elkaar toegepast en gecombineerd, afhankelijk van het project:
- Analoge schatting. De doorlooptijd wordt geschat op basis van een vergelijkbaar eerder project. Een snelle methode, die afhankelijk is van de kwaliteit van de historische gegevens. Geschikt voor terugkerende projecten: herontwerp van websites, gestandaardiseerde migratie, standaard afbakeningsopdrachten.
- Parametrische schatting. De benodigde tijd wordt berekend aan de hand van een formule met vaste parameters: aantal schermen × 1,5 dag, aantal gebruikers × 0,3 opleidingsdag, aantal omgevingen × 2 configuratiedagen. Geschikt voor gestandaardiseerde projecten waarbij de parameters meetbaar zijn.
- Bottom-up-schatting. De doorlooptijd wordt taak voor taak berekend door elke medewerker te raadplegen. Dit is de meest rigoureuze, tijdrovende en nauwkeurige methode. Geschikt voor niet-standaardprojecten en projecten waarbij de marge van groot belang is.
Een goede werkwijze is om eerst een ruwe schatting te maken om een algemeen beeld te krijgen, en vervolgens de grootste kostenposten van onderaf verder uit te werken.
Stap 3: het uitbesteden en de inkoop begroten
Voor elke behoefte aan externe expertise zijn er drie elementen nodig voor de berekening van de kosten van uitbesteding:
- De met de onderaannemer overeengekomen prijs per eenheid (dagloon of vast bedrag, afhankelijk van de dienst);
- Het geschatte volume in mandagen of in te leveren resultaten;
- De door het bedrijf gehanteerde wederverkoopmarge.
Voor de aankoop van producten (licenties, hardware, apparatuur) moeten bij de kostenraming de aankoopprijs, de winstmarge en de levertijden worden opgegeven.
Deze twee posten maken bij dienstverlenende bedrijven vaak 15 tot 30 % van het projectbudget uit. Uitbesteding op basis van een schatting zonder vaste offerte vormt de grootste valkuil voor de marge.
Stap 4: de door te berekenen kosten ramen
De aan de klant door te berekenen kosten (reiskosten, verblijfskosten, maaltijden) worden geraamd op basis van de opdrachten gedurende de looptijd van het project:
- Aantal geplande reizen × gemiddelde kosten per reis (vervoer + verblijf + maaltijden);
- Factureringswijze: op basis van werkelijke kosten en bewijsstukken of op basis van een vast bedrag per werkdag;
- Aflossingstermijn versus kaspositie van de onderneming (kasstroomimpact).
De niet-doorberekende kosten (interne tools, pre-sales, onboarding van consultants) worden apart geraamd, aangezien ze geen omzet genereren.
Stap 5: de omzet waarderen volgens de contractuele methode
De verwachte omzet wordt op verschillende manieren berekend, afhankelijk van de contractuele regeling die met de klant is overeengekomen:
- Vaste prijs. De omzet wordt vastgelegd in de offerte: een onderhandeld totaalbedrag, te betalen volgens een overeengekomen betalingsschema (aanbetaling, tussentijdse leveringen, restbedrag). In de begroting wordt de omzet maand per maand uitgesplitst volgens dit betalingsschema.
- Omzet. De omzet is gelijk aan het aantal geplande dagen × de gefactureerde dagtarief. Als het contract een maximumbedrag bevat, wordt de omzet in de begroting berekend tot aan dat maximum. De projectleider moet het verbruik goed inschatten om te voorkomen dat het maximum al voor het einde van het project wordt bereikt.
- Gemengde methode. In de begroting wordt een onderscheid gemaakt tussen een vast bedrag en een bedrag op basis van werkuren. De marge wordt per blok berekend om flexibel te blijven.
De doorberekening van kosten en productaankopen wordt bij de hoofdomzet opgeteld, met een eigen winstmarge.
Stap 6: de streefmarge en de onzekerheid berekenen
Nu de verwachte omzet en de verwachte totale kosten vaststaan, wordt de beoogde marge in twee stappen berekend:
- Brutomarge = verwachte omzet − verwachte directe kosten (manuren tegen gemiddelde dagkosten + uitbesteding + niet-doorberekenbare kosten).
- Nettomarge = brutomarge − toegerekende algemene kosten (management, ondersteunende functies, verkoopkosten).
Op basis hiervan wordthet risico berekend volgens de door de praktijk gehanteerde methode (vast percentage, per post of op basis van geïdentificeerde risico’s; zie het bovenstaande gedeelte over de componenten).
Het pakket (streefmarge, onzekerheid) moet door de praktijkdirecteur worden goedgekeurd voordat de offerte wordt ondertekend. Een project met een brutomarge die onder de drempel van de praktijk ligt, wordt ter beoordeling voorgelegd aan de commerciële afdeling.
Stap 7: de projectresultatenrekening opstellen
De begroting voor het project heeft de vorm van een vereenvoudigde resultatenrekening, met vier afzonderlijke onderdelen:
| Verkoopcijfers | Vaste omzet + Omzet op basis van werkuren + Doorberekening van kosten + Doorberekening van inkoop |
| Directe kosten | Interne mandagen (TJM-kosten) + uitbesteding + niet-doorberekende kosten + materiaal + aankoop van producten |
| Brutomarge | CA − directe kosten |
| Risico en nettomarge | Voorziening voor onvoorziene uitgaven + resterende nettomarge |
Deze structuur dient om:
- De begroting op praktijk- en bedrijfsniveau consolideren (de posten zijn cumulatief voor alle projecten);
- Elke regel tijdens de uitvoering vergelijken met het daadwerkelijke resultaat;
- De beoogde marge rechtvaardigen tegenover het commercieel management en de financieel directeur.
De projectresultatenrekening is het operationele instrument van de begroting. Alle andere vormen (vlakke Excel-matrix, visueel dashboard) zijn hiervan afgeleid.
Welke tool kun je gebruiken om een begroting voor een project op te stellen?
In dienstverlenende bedrijven worden drie soorten tools gebruikt om een begroting voor een project op te stellen.
- Spreadsheet (Excel, Google Sheets). Maximale flexibiliteit, geen leercurve, geen kosten. Beperkingen: geen automatische consolidatie tussen projecten, geen koppeling met de urenregistratie of facturering, geen berekening van de verwachte marge tijdens de uitvoering. De spreadsheet blijft geschikt voor een klein aantal eenvoudige projecten (minder dan 10 gelijktijdige projecten op basis van een vast tarief).
- PPM-software of software voor projectportfoliobeheer. Geconsolideerd overzicht van meerdere projecten, beheer van afhankelijkheden, simulatie van personeelsbezettingsscenario’s. Beperkingen: niet erg geschikt voor IT-bedrijven en adviesbureaus die naast personeelsbezetting ook de facturering aan klanten en de opvolging van de projectmarges moeten integreren.
- ERP-diensten of een eigen tool voor dienstverlenende bedrijven. Koppelt de begrote projectkosten aan de werkplanning, de urenregistratie, de facturering en de boekhouding. Berekent continu de verwachte marge (zie het volgende hoofdstuk). Dit is de toolreeks die geschikt is voor IT-dienstverleners, adviesbureaus en agentschappen met 30 of meer medewerkers.
De keuze wordt bepaald door de combinatie van [aantal projecten] × [complexiteit van de contractvorm] × [verwachte marge].
Ontdek projectbeheer met Stafiz
Het budget opstellen en laten goedkeuren
De begroting voor het project dient als basis voor de ondertekening en voor het toezicht op de uitvoering. De opmaak ervan moet daarom begrijpelijk zijn voor drie verschillende doelgroepen:
- De projectleider wil een overzicht zien van de manuren per taak, de ingehuurde onderaannemers en de brutomarge.
- De praktijkdirecteur wil de geconsolideerde nettomarge per maand zien en het verschil ten opzichte van de beoogde marge.
- De financieel directeur of controller wil de consolidatie per debiteur en per boekjaar zien, inclusief de kasstroomimpact.
De begroting wordt op drie niveaus goedgekeurd:
- Goedkeuring door de projectleider: projectomvang, mandagen, uitbesteding, kosten.
- Goedkeuring door de praktijkdirecteur: gemiddelde dagopbrengst, beoogde marge, personeelsbezetting.
- Validatie door de financieel directeur of de financieel controller: consistentie van de kasstroom, algemeen werkplan, risiconiveau.
Bij een strategisch project wordt de commerciële afdeling bij het proces betrokken om de verkoopprijs vast te stellen voordat de klant het contract ondertekent.
Welke valkuilen moet je vermijden bij het opstellen van een begroting voor een project?
Zes valkuilen verklaren het grootste deel van de budgetoverschrijdingen bij dienstverlenende bedrijven. Ze zijn allemaal herkenbaar en kunnen worden gecorrigeerd op het moment dat de begroting wordt opgesteld, niet achteraf. De algemene regel: teken de offerte pas als er op elk van deze zes punten ten minste één duidelijk antwoord is gegeven. Een slecht budgetteringsproces blijft een van de vastgestelde oorzaken die tot het mislukken van een project leiden.
Valkuil 1: onderschatte kosten
De meest voorkomende valkuil blijft de algemene onderschatting van het aantal mandagen. De gebruikelijke oorzaak: een eerste schatting op basis van vergelijkbare projecten, die nooit bottom-up is verfijnd voor de meest arbeidsintensieve onderdelen. Gevolg: de oorspronkelijke brutomarge houdt al in het eerste uitvoeringskwartaal geen stand.
De correctie gebeurt door middel van een systematische dubbele raming voor posten die meer dan 20 % van het budget uitmaken: eerst een vergelijkende raming om een kader te scheppen, en vervolgens een bottom-upraming door de betrokken bijdragers. Het verschil tussen beide ramingen geeft het schattingsrisico weer.
Valkuil 2: een slechte gemiddelde dagprijs
Het gemiddelde dagloon is niet het jaarsalaris gedeeld door 220 dagen. Het omvat:
- Het brutosalaris (inclusief sociale premies, ziektekostenverzekering en pensioen);
- De bonussen die in de beloning zijn opgenomen;
- De voordelen (maaltijdcheques, vervoersvergoeding, mobiele telefoon);
- Het aandeel van de toegewezen indirecte kosten per profiel (gebouwen, gereedschap, begeleiding, opleiding).
Een praktijk die haar gemiddelde kostprijs berekent zonder rekening te houden met de toegerekende indirecte kosten, onderschat haar interne kosten met 15 tot 25 %. De beoogde marge lijkt op de offerte hoog, maar de werkelijke marge bij de afrekening valt steevast lager uit.
De gemiddelde kostprijs wordt elk boekjaar opnieuw berekend, na afsluiting van de rekeningen van de praktijk.
Valkuil 3: uitbesteding zonder kostenraming
Bij een onderaannemingsopdracht waarvoor geen definitieve offerte van de onderaannemer is opgesteld, komt het margerisico bij het bedrijf te liggen. De onderaannemer kan meer in rekening brengen dan de oorspronkelijke raming, zonder dat er verhaal mogelijk is als de opdracht niet duidelijk is vastgelegd.
De oplossing: er wordt geen begroting goedgekeurd zonder definitieve offertes van de geselecteerde onderaannemers, of zonder een expliciete reserve ter dekking van het verschil tussen de raming en de onderhandelde prijs.
Valkuil 4: ontbrekende of ondermaatse risicobepaling
Een begroting zonder onvoorziene uitgaven verlegt het risico naar de streefmarge: elke onvoorziene uitgave tast de marge aan, niet de voorziening. Bij een project van meer dan zes maanden leidt dit ertoe dat de uiteindelijke marge vaak lager uitvalt dan de overeengekomen streefmarge.
Een te laag ingeschatte risicofactor heeft hetzelfde effect, maar dan op een meer subtiele manier. Een reservering van 3 % voor een project met grote technische onzekerheid (integratie in een slecht gedocumenteerd klantsysteem, een onervaren team, technologie die nog niet goed onder de knie is) vangt niets op.
De risicoweging moet het werkelijke risico weerspiegelen, en niet een vast historisch percentage dat uit gewoonte wordt toegepast.
Valkuil 5: gebrek aan budgettaire flexibiliteit
Een te rigide begroting belemmert het maken van afwegingen tijdens het project. Als elke post tot op de euro nauwkeurig is vastgelegd, vereist elke herschikking van werkdagen tussen twee profielen of elke overdracht tussen een uitbestede en een interne functie een volledige herziening.
De oplossing: het begrotingsvoorstel indelen in verschillende posten (omzetpost, post directe kosten, post onvoorziene uitgaven, post marge), waarbij binnen elke post interne afwegingen mogelijk zijn zonder dat dit aanleiding geeft tot een contractuele herziening.
Valkuil 6: verkeerde toewijzing van middelen
Als je een senior medewerker inzet voor een junior taak, stijgen de kosten zonder dat de geleverde waarde toeneemt. Als je een junior medewerker inzet voor een senior taak, gaat de kwaliteit achteruit, duurt het langer en is er vaak achteraf een senior medewerker nodig om het werk te corrigeren. In beide gevallen daalt de marge.
De oplossing omvat een overzicht van vaardigheden × niveau × gemiddelde dagkosten dat door de praktijkafdeling up-to-date wordt gehouden, en een validatiecontrole van de personeelsbezetting vóór ondertekening, waarbij het geplande personeelsplan wordt getoetst aan de beschikbare vaardigheden. Een project dat op het moment van de begroting geen optimale personeelsbezetting vindt, loopt het risico dat de marge onder druk komt te staan.
Van de begrote begroting naar de realtime begrote marge
Een goed begrotingsvoorstel heeft alleen zin als het wordt getoetst aan de realiteit van het lopende project. In Excel gebeurt deze toetsing handmatig en elk kwartaal. In een speciaal daarvoor bestemde tool gebeurt dit continu. Het is het verschil tussen een begroting die de marge stuurt en een begroting die deze achteraf vastlegt.
De beperking van Excel bij het bijhouden van de marge tijdens een project
In een spreadsheet moet het verschil tussen het oorspronkelijke budget en de werkelijke situatie nog steeds handmatig worden berekend zolang het project niet is afgerond: tel de tot nu toe gerapporteerde uren, de uitgaven voor onderaannemers en de gemaakte kosten bij elkaar op, en trek dit bedrag vervolgens af van de gerealiseerde omzet. Het resultaat is de marge tot nu toe, niet de verwachte marge.
Het verschil is van belang. Een actuele marge geeft weer wat er sinds de start is gebeurd. Een verwachte marge geeft weer wat de marge bij de afronding van het project zal zijn, rekening houdend met het resterende werk. Dit tweede cijfer wordt gebruikt om een aanvullende overeenkomst met de klant te beoordelen, middelen opnieuw toe te wijzen of de financieel directeur te waarschuwen voor een afwijking voordat deze als verlies wordt geboekt.
In een spreadsheet moet voor de berekening van de verwachte marge het volgende worden gedaan:
- de opgegeven uren verzamelen en deze tegen de werkelijke kosten per medewerker verwerken;
- de resterende werkzaamheden per taak in mandagen ramen en de waarde daarvan berekenen;
- de gemaakte kosten en de gefactureerde uitbesteding bij elkaar optellen;
- vergeleken met de omzet die in dezelfde periode is geboekt.
Elk van deze onderdelen bevindt zich in een ander systeem: urenregistratie in een HR- of bedrijfsapplicatie, inkoop in de boekhouding, taakopvolging in een projecttool, facturering in het ERP-systeem. De consolidatie gebeurt handmatig, en daarom gebeurt het zelden, waardoor de gegevens te laat worden bekeken.
Het mechanisme: verbruikt + nog te doen = marge
De budgettaire afrekening van een project is een prognose van het eindresultaat op basis van de reeds gerealiseerde gegevens en de resterende prognoses. Bij een dienstverleningsproject wordt de verwachte marge bij afsluiting berekend door het aantal bestede dagen te vergelijken met het oorspronkelijke productieplan en daarbij rekening te houden met de door de projectleider geschatte resterende werkzaamheden.
De basisformule:
Winstmarge bij voltooiing = totale verwachte omzet − (tot nu toe gemaakte kosten + kosten van het resterende werk)
De tot nu toe gemaakte kosten omvatten de opgegeven dagen vermenigvuldigd met het uur- of dagtarief van elk profiel, de gefactureerde uitgaven voor onderaannemers en de gemaakte kosten. De kosten van het resterende werk hangen af van de nog openstaande werkzaamheden: taken die nog niet zijn gestart, de daarvoor geplande mandagen, gecontracteerde maar nog niet gefactureerde onderaannemers, en toekomstige kosten.
Bij een project met een vast bedrag van 100 mandagen, verkocht voor 100.000 €, zorgen 40 verbruikte dagen halverwege de looptijd en een prognose van nog 70 te gaan dagen ervoor dat de eindmarge keldert, terwijl er nog geen enkel kwartaal is afgesloten. Dit is precies het signaal dat een begroting zonder opvolging van de verwachte marge over het hoofd ziet.
De volledige berekeningsmethode wordt uitgebreid beschreven in het artikel over budgettaire landingsprocedures in projectmanagement.
Continue monitoring in een speciaal daarvoor bestemde tool
Een projectbeheertool voor dienstverlenende bedrijven koppelt de vier stromen (tijd, inkoop, onkosten, facturering) aan hetzelfde projectdossier en berekent bij elke invoer opnieuw de verwachte winstmarge. De projectleider ziet een verwachte winstmarge die wekelijks verandert. De financieel directeur ontvangt een melding zodra een drempelwaarde wordt overschreden.
Projectbudgetbewaking, met prognoses
Bekijk Stafiz in 2 minuten in actie
Het is juist dit gegeven, de realtime prognosemarge, dat het verschil maakt tussen een bruikbaar begrotingsvoorstel en een louter decoratief begrotingsvoorstel.
Hoe kun je tijdens een project de begroting bijstellen zonder de relatie met de klant te schaden?
Een begroting hoort niet meer te veranderen zodra deze is goedgekeurd. In de praktijk zijn er bij een langlopend project bij een IT-dienstverlener of adviesbureau drie situaties waarin een herziening noodzakelijk is: de projectomvang verandert op verzoek van de klant, de verwachte marge wijkt af zonder dat dit te maken heeft met de projectomvang, of een interne investeringsbeslissing zorgt ervoor dat de doelstelling verschuift. Het risico is in alle gevallen hetzelfde: het oorspronkelijke budget als maatstaf laten gelden terwijl het niet langer de werkelijkheid weerspiegelt.
Drie factoren die een herziening van de begroting noodzakelijk maken
Wijziging van de projectomvang aan de kant van de klant. De klant vraagt om een extra functie, verlengt de planning of wijzigt de opleveringsdatum. Door de nieuwe projectomvang is het oorspronkelijke budget niet langer van toepassing: een bijgesteld budget wordt het nieuwe uitgangspunt.
Onverklaarbare afwijking in de marge binnen de projectomvang. De projectomvang is niet veranderd, maar de geraamde marge keldert: een taak is aanvankelijk onderschat, er is een te ervaren interne medewerker toegewezen aan een junior taak, of de uitbesteding is duurder dan verwacht. Het oorspronkelijke budget blijft in theorie geldig, maar zegt niets zinnigs meer.
Interne beslissing over herinvestering. Het bedrijf besluit extra mandagen in te zetten voor een strategisch project, of de omzet van een project te herbestemmen voor het versterken van een belangrijke klantrelatie. Het budget wordt een instrument voor sturing, geen vaststaand contract.
Een begrotingsbijlage opstellen voordat het budget wordt herzien
Wanneer de oorzaak een wijziging in de omvang van het project is, wordt het budget aangepast via een aanvullende overeenkomst. In deze aanvullende overeenkomst worden de extra mandagen, de aanvullende uitbesteding en de nieuwe kosten gespecificeerd, en wordt de beoogde marge opnieuw vastgesteld. Deze overeenkomst wordt een contractueel document en vormt de basis voor het nieuwe budget.
Drie gevoelige punten:
- De contractuele regeling blijft van kracht. Een project dat tegen een vast bedrag is verkocht, blijft in het aanvullende contract onder die regeling vallen, tenzij uitdrukkelijk wordt overgeschakeld naar een regie-regeling. Het door elkaar gebruiken van beide regelingen in één aanvullend contract leidt tot verschillen die achteraf moeilijk te beslechten zijn.
- Herziening van de beoogde marge. In een aanvullende overeenkomst wordt de oorspronkelijke marge van het project niet automatisch overgenomen. Als de extra taak complexer is of als de uitbesteding duurder uitvalt, kan de beoogde marge van de aanvullende overeenkomst afwijken van die van het oorspronkelijke contract.
- Gedocumenteerde mededeling aan de klant. In het aanvullende contract wordt de nieuwe omvang van de opdracht en de bijbehorende kostenopgave gemotiveerd. Door deze documentatie wordt heronderhandeling bij oplevering voorkomen.
Stoppunt en taakverdeling wanneer de marge afwijkt
Wanneer de oorzaak een interne afwijking is zonder wijziging in de reikwijdte, is een aanvullende clausule niet de juiste oplossing. Aan de kant van het dienstverlenende bedrijf zijn er drie mogelijkheden:
- Herschikking van middelen. Een te hoog gekwalificeerd profiel vervangen door een profiel dat beter aansluit bij de resterende taken, of een taak overdragen tussen twee consultants om het uurtarief te verlagen.
- Heronderhandeling met de klant. Bij een project dat meerdere maanden in beslag neemt, blijft heronderhandeling mogelijk als de klant er belang bij heeft dat het project wordt afgerond. Dit moet worden voorbereid met een bijgesteld budget, niet met een vage, verslechterde marge.
- Pauze en prioritering van taken. Niet-essentiële taken uit de oorspronkelijke scope tijdelijk opschorten, totdat de overige taken stabiel zijn. Dit besluit wordt genomen in de projectcommissie, waarbij de gevolgen worden berekend.
De volledige methode voor monitoring tijdens de uitvoering wordt beschreven in het artikel over budgettaire monitoring van een project.
Voorbeelden van een begroting voor een project bij een IT-dienstverlener of adviesbureau
Drie concrete voorbeelden van een projectbegroting bij een dienstverlenend bedrijf illustreren de hierboven beschreven onderdelen en methode. De eerste twee voorbeelden betreffen projecten die in Stafiz zijn opgezet en laten het standaardformaat van een projectbegroting zien. Het derde voorbeeld betreft een IT-project van zes maanden waarbij het bijhouden van de verwachte marge heeft voorkomen dat het project tijdens de uitvoering uit de hand liep.
Voorbeeld 1: eenvoudig project op basis van een vast bedrag, menselijke tussenkomst
Bij een project dat tegen een vast bedrag wordt verkocht en uitsluitend menselijke inzet vereist (herontwerp van een interne applicatie, standaard afbakeningsopdracht, organisatieaudit), blijft de begroting beperkt. Vijf regels volstaan:
- Interne mandagen per profiel × gemiddelde dagkosten;
- Door te berekenen kosten;
- Beoogde brutomarge;
- Onzekerheid;
- Vaste prijs zoals vermeld in de offerte.

Projectkosten in Stafiz
Dit format is geschikt voor 70 % van de projecten bij adviesbureaus en voor het merendeel van de korte projecten bij IT-dienstverleners.
Voorbeeld 2: gemengd project met onderaanneming en licenties
Bij een complexer project waarbij interne medewerkers, onderaannemers, licentieaankopen en reiskosten een rol spelen (IT-integratieproject, transformatieproject, implementatie op meerdere locaties), omvat het geraamde budget:
- Interne mandagen per profiel × gemiddelde dagkosten;
- Uitbesteding aan een dienstverlener (inkoopprijs + winstmarge);
- Aankoop van producten (licenties, hardware);
- Door te berekenen kosten (reiskosten, verblijfskosten);
- Beoogde brutomarge per blok;
- Risico bij verzending per post;
- Vaste vergoeding + doorberekening van kosten + doorverkoop van producten.

Projectkostenberekening met licentieverkoop en uitbesteding
Dit format is geschikt voor integratieprojecten bij IT-dienstverleners, transformatieprojecten bij adviesbureaus en projecten op meerdere locaties.
Voorbeeld 3: IT-project van zes maanden met beheersbare vertraging
Voor een software-integratieproject van zes maanden, dat voor een vast bedrag van 240.000 euro aan een middelgroot bedrijf werd verkocht, werd het begrotingsvoorstel opgesteld op basis van:
- Interne kosten van 175.000 euro (75 mandagen senior + 90 mandagen gemiddeld + 30 mandagen junior);
- Een uitbesteding ter waarde van 25.000 euro (20 freelance-mensdagen voor applicatiebeveiliging);
- Doorberekenbare kosten, forfaitair vastgesteld op 8.000 euro;
- Een risico van 12.000 euro;
- Een beoogde nettomarge van 20.000 euro.
Halverwege het project was er 95 van de 195 geplande mandagen verbruikt (49 %), wat in lijn lag met de planning. De prognose voor de resterende werkzaamheden steeg echter naar 135 mandagen in plaats van de aanvankelijk geplande 100. De verwachte winstmarge daalde van 20.000 euro naar −8.000 euro.
In de maand na de detectie zijn drie maatregelen genomen:
- Herschikking: een integratietaak die aan een senior was toegewezen, is overgeheveld naar een medewerker met een gemiddeld ervaringsniveau (geschatte besparing: 12.000 €);
- Onderhandelde aanvullende overeenkomst: een tijdens het project aangevraagde extra prestatie werd begroot op 18.000 €, waardoor de omzet op 258.000 € kwam;
- Opmerking: twee niet-essentiële taken uit de oorspronkelijke opdracht zijn uitgesteld tot na de oplevering (besparing van 9.000 euro).
Bij de afsluiting bedroeg de uiteindelijke nettomarge 17.000 €, terwijl de oorspronkelijke doelstelling 20.000 € was. Zonder tussentijdse monitoring van de verwachte marge zou het verschil pas bij de kwartaalafsluiting zijn opgemerkt, wat te laat zou zijn geweest om nog gebruik te maken van de drie arbitragemogelijkheden.
Het opstellen van een gedetailleerd projectbegroting is de eerste stap. Het in realtime afzetten tegen de verwachte winstmarge bij voltooiing is de volgende stap, en juist die stap maakt het verschil tussen een begroting die de winstmarge stuurt en een begroting die deze achteraf vastlegt.
Als u wilt testen hoe u in Stafiz een begroting voor een project kunt opstellen en de verwachte marge kunt bijhouden, neem dan gerust contact met ons op!
Veelgestelde vragen :
Bij een project binnen een dienstverlenend bedrijf bestaan er drie soorten budgetten naast elkaar: het geraamde budget (een schatting die vóór de kick-off wordt opgesteld en waarin de beoogde marge wordt vastgelegd), het vastgelegde budget (het deel van het geraamde budget dat via orders en planningen contractueel is vastgelegd) en het gerealiseerde budget (de tot nu toe daadwerkelijk geregistreerde kosten en omzet). Bij langlopende projecten is er een vierde begroting: de eindbegroting, die het eindresultaat voorspelt door het gerealiseerde deel te combineren met het nog te doen werk.
Het opstellen van een begroting voor een project verloopt in drie hoofdfasen: (1) het inventariseren van de benodigde middelen (mandagen per profiel, uitbesteding, aankopen, kosten); (2) het ramen van de kosten voor elke post op basis van de gemiddelde dagprijs en de onderhandelde prijzen; (3) het structureren van het budget in de vorm van een projectresultaatrekening, met daarin de beoogde marge en de voorziening voor onvoorziene risico's.
Het budget is een kwantitatieve doelstelling voor een bepaalde periode (maand, kwartaal, boekjaar) op bedrijfs- of praktijkniveau. Het voorlopige budget is een raming die vóór de uitvoering wordt opgesteld, op project- of activiteitsniveau. Bij een dienstverleningsproject vormt het voorlopige projectbudget de operationele eenheid: het wordt vóór de kick-off opgesteld en dient gedurende de gehele looptijd van het project als referentie. Meerdere voorlopige projectbudgetten worden samengevoegd tot een jaarlijks praktijkbudget.
Het geraamde budget is de schatting die vóór de uitvoering wordt gemaakt. Het werkelijke budget is de opgave van wat er daadwerkelijk is uitgegeven en gefactureerd nadat de periode is verstreken. Bij een lopend project volstaan deze twee begrippen niet: de winstmarge bij voltooiing combineert de tot nu toe gerealiseerde waarde met de kosten van het nog uit te voeren werk om het eindresultaat te voorspellen. Het is dit derde gegeven dat tijdens de uitvoering als leidraad dient.
Een begroting voor een project bij een IT-dienstverlener of adviesbureau omvat acht onderdelen: (1) interne medewerkers gewaardeerd tegen dagloon; (2) uitbesteding met doorverkoopmarge; (3) opbrengsten en aankopen (licenties, hardware); (4) gebruikte apparatuur en de afschrijving daarvan; (5) doorberekeneerbare en niet-doorberekeneerbare kosten; (6) omzet volgens contractuele wijze (vast bedrag, op uurbasis, gemengd); (7) beoogde marge (bruto en netto); (8) onvoorziene omstandigheden en risicoreserve. Het uiteindelijke formaat neemt de vorm aan van een projectresultaatrekening in vier blokken.
Bij een project binnen een dienstverlenend bedrijf zijn drie functies betrokken bij het opstellen van de begroting: de projectleider berekent de omvang van het project, schat het aantal mandagen en brengt de behoefte aan onderaannemers in kaart; de praktijk- (of project) directeur keurt de gemiddelde dagtarieven, de beoogde marges en de afwegingen met betrekking tot het profiel goed; de projectcontroller of de financieel directeur controleert de consistentie met de budgettaire aannames van het bedrijf en het verwachte werkplan. Bij een strategisch project wordt de commerciële directie bij het proces betrokken om de verkoopprijs vast te stellen.
Het voorlopige projectbudget wordt opgesteld vóór de ondertekening van het contract, op basis van de offerte en het bestek. Het dient gedurende de gehele looptijd van het project als referentie. Het wordt in drie gevallen herzien: een door een aanvullende overeenkomst bekrachtigde wijziging van de opdrachtomvang, een afwijking van de marge die niet te wijten is aan de opdrachtomvang, of een intern besluit tot herinvestering. Bij een terugkerend project of een belangrijke klant kan het budget ook aan het begin van elk boekjaar worden herzien door de bekende verplichtingen erin op te nemen.
De berekening van een geraamd projectbudget is gebaseerd op twee elkaar aanvullende formules: Geraamde totale kosten = (interne mandagen × kostprijs per dag) + uitbesteding + inkoop + materiaal + niet-doorberekenbare kosten. Geraamde brutomarge = geraamde omzet − geraamde totale kosten. De onzekerheid wordt vervolgens aan de streefmarge toegevoegd in de vorm van een voorziening: een forfaitair percentage, per post, of gebaseerd op geïdentificeerde risico's. Tijdens de uitvoering wordt de eindmarge berekend door de totale geraamde kosten te vervangen door: de tot nu toe gemaakte kosten + de kosten van het resterende werk.
Een begrotingstabel voor een project wordt ingevuld aan de hand van de zeven stappen van de hierboven beschreven methode (de reikwijdte afbakenen, de tijd per medewerker inschatten, de kosten voor uitbesteding berekenen, de onkosten inschatten, de omzet berekenen, de marge en onvoorziene kosten berekenen, de resultatenrekening opstellen). Een downloadbaar Excel-sjabloon is beschikbaar op de speciale pagina: begrotingstabel voor een project.